Recht van spreken

‘Ik heb echt medelijden met de jongelui van tegenwoordig,’ zegt ze, als ik haar tegenkom in het trappenhuis. Ze, dat is mijn buurvrouw van dik in de tachtig, bijna negentig.

Oma-buurvrouw, zoals we haar noemen. Dat had ze zelf bedacht, omdat ze zo gek is op mijn zoontje en vindt dat ze ook een soort oma voor hem is.
Oma-buurvrouw is het type chique dame. Ondanks haar leeftijd en een aantal lichamelijke mankementen ziet ze er altijd tiptop uit. Om door een ringetje te halen. Opgestoken haar,  lippenstift in een rustig kleurtje roze, een zacht gebreid vest losjes omgeslagen.

Je kunt zien dat deze vrouw haar leven lang al begrijpt hoe je te allen tijde ladylike blijft. Wat er ook gebeurt.

Ze leunt op de handvatten van haar rollator en kijkt me aan met haar vriendelijke ogen. Vermoedelijk gaat ze iets zeggen over de jeugd van tegenwoordig, dat die niet meer weet wat fatsoen is, alleen nog maar met de kop in hun mobieltje zit of geen moeite wil doen om iets te bereiken. Normen en waarden die anno 2017 ver te zoeken zijn.
En geef haar eens ongelijk.
Deze dame leeft al bijna een eeuw.
Ze weet waar ze het over heeft. Ze heeft voldoende vergelijkingsmateriaal verzameld.
Ze heeft de tijd meegemaakt dat er met paard en wagen gereden werd, net zo goed als ze ervaren heeft hoe het is om mee te rijden in een auto die volledig op elektriciteit rijdt.
Van originele PK naar zelfrijdende Tesla. She’s been there, done that.
In de afgelopen honderd jaar heeft ze oorlog gezien, honger gevoeld en echte drama’s beleefd. Niet van die dingen die wij jonkies als een drama beschouwen, zoals een gescheurde nagel of kapot beeldscherm. Oma-buurvrouw heeft mensen zien komen en gaan. Zelfs afscheid genomen van een mens aan wie ze zelf het leven schonk. En toch weer opstaan en doorgaan. Bikkelhard, maar met een vederlicht vriendelijk karakter én gevoel voor humor. Oprecht geïnteresseerd. Altijd. In schoolprestaties, nieuwe rages, de gebroken poot van mijn kat.
Al zou ze zeggen dat ze de jongeren anno nu onopgevoede, hondsbrutale, simplistische, inhoudsloze dramzakken vindt, dan nog zou ik haar het grootste gelijk geven. Gewoon, omdat deze vrouw het verdient gehoord te worden. In haar leven meer dan genoeg credits heeft opgebouwd om ook eens gewoonweg haar ongenoegen te mogen uiten. Zonder tegenspraak of zinloze discussie tot gevolg.

Maar dat is het niet. Als oma-buurvrouw me uitlegt dat ze echt medelijden heeft met de jongelui van tegenwoordig, bedoelt ze heel wat anders. ‘Jullie worden meer dan ooit geconfronteerd met ons, oudjes. Wij doen continu een beroep op jullie. Of het nu boodschappen doen is of het aanhoren van onze kwaaltjes. Vroeger hadden we dat niet. Toen mocht de jeugd gewoon genieten van het leven, zonder zich druk te hoeven maken om dementerende ouderen, de nieuwe heup van oma of het begeleiden van opa naar de geriatrisch arts.’
Ik knik begrijpelijk en sta om eerlijk te zijn even met mijn bek vol tanden. Wow. Wat heeft deze vrouw een verfrissende kijk op de bezuinigingen in de zorg. Het klopt wat ze zegt. Maar zo heb ik het nog nooit bekeken. Alle hulp en ondersteuning die ik mijn opa en oma heb gegeven, heb ik beschouwd als iets wat erbij hoort. Volkomen normaal.

Als je opa pas naar het verzorgingstehuis mag tegen de tijd dat hij half kwijlend in zijn rolstoel baby’s ziet kruipen over het plafond, de imaginaire glaasjes wijn die hij drinkt bestempelt als 'voortreffelijke Franse wijn' en alleen nog vloeibaar voedsel tot zich kan nemen middels een tuitbeker, dan kun je niet anders dan helpen bij de dagelijkse zorg.
Dan is het niet een kwestie van willen, maar van niet anders kunnen. Je kunt je oma, die niet meer is dan skin and bones, moeilijk zelf met die Dirk v/d Broek-tas laten slepen. Het mensje weegt zelf minder dan de boodschappen. En als je haar geen fatsoenlijke maaltijd brengt, eet ze praktisch niks. Niet omdat ze een size zero ambieert, maar gewoonweg omdat ze niet meer kan koken met die bibberhandjes. En het smeren van een boterham duurt in haar geval zo lang, tegen de tijd dat dat schraapje roomboter en plakje rookvlees erop zitten, is de boterham zelf inmiddels al beschimmeld.


Ouderen moeten tegenwoordig nou eenmaal aan een hoop eisen en voorwaarden voldoen om überhaupt toegelaten te worden tot het verzorgingstehuis. Vergelijkbaar met een bèta-figuur die toegelaten wil worden tot de kunstacademie. Of een kat die solliciteert naar de functie van zeeotter in de dierentuin. De kansloosheid druipt er vanaf.
Terwijl ik uitleg aan oma-buurvrouw dat ik het pas sneu vindt voor de ouderen dat ze tegenwoordig niet de zorg krijgen waar ze volgens mij recht op hebben, schudt ze haar hoofd. ‘Welnee, lieve kind,’ zegt ze. ‘Jij bent jong en daarom heb jij het recht te genieten van het leven en je geen zorgen te hoeven maken om ons, oude besjes. De enige zorg die jij mág hebben is de zorg voor je kind.’

Ik kan er niks tegenin brengen. Ik doe nog een halfslachtige poging en zeg dat het schandalig is hoe er bezuinigd wordt in de zorg. Daarna wil ik haar boodschappentas optillen om naar binnen te brengen, maar dat wil ze niet. ‘Zolang ik het nog zelf kan, blijf ik het zelf doen,’ zegt ze.

Met een glimlach loop ik de trap op naar mijn etage.

Wat een prachtmens is het toch, die oma-buurvrouw.

 

Verder lezen?